Overtuigingen zijn vormen van denken ZONDER te denken.
Het gaat om ‘gedachtenloze gedachten’: reflexen in ons denken.
Dat gaat zo: 1) Keuze tot 2) Besluit tot 3) Overtuiging tot 4) Reflex.
In het nemen van een besluit, zetten we iets vast: een gedachte.
Een overtuiging is een gedachte die is vastgezet, en dus vast zit.
Dat maakt de gedachte niet waar of omwaar; net zomin als een hamer goed of slecht is.
Het betekent wel dat je voorbouwt op die gedachte, ALSOF die waar is.
Zoals je ook zal werken met die hamer, die je in je hand hebt; en pas een ander instrument kan oppakken als je die hamer eerst weer weglegt.
Veel mensen hebben moeite met het wegleggen van een overtuiging.
Ze voelen zich ermee betrokken (door hun besluit) en houden het daardoor vast.
Het is vergelijkbaar met de val die voor aapjes gebruikt werd: een uitgeholde kokosnoot met erin wat rijst, die het aapje met gestrekte hand kan pakken, maar daarna als vuist in de nauwe opening van de kokosnoo t- die aan een ketting vastligt – zichzelf gevangen zet doordat die de vuist (het besluit) niet loslaat.
Ook daar: zodra je je betrokkenheid loslaat, ben je weer vrij een niew besluit te nemen (en met de andere hand de rijst uit de kokosnoot te schudden…).